juseu en ons verhaal

In 1995 kwamen wij voor het eerst in Juseu, een authentiek bergdorpje gelegen op 800 meter hoogte. 

Het was puur toeval, dat we juist hier kwamen. We huurden in de Pyreneeën, aan de Franse kant, zelf een huis. Vanwege het slechte weer daar, midden in de zomer, trokken we de bergen over. Aan de Spaanse kant was de lucht blauw en er was warmte die we tot dan hadden moeten ontberen. Er was geen haast om naar ons gehuurde huis terug te gaan en we besloten de Spaanse Pyreneeën nog een paar dagen te verkennen.

Zo zagen we een meer, het meer van Joaquin Costa, waar we zwommen. We gingen naar riviertjes, we daalden af naar de watervallen in de Sierra de Guarra vlakbij Alquézar. We kwamen in de kloof van Ciscar, waar je in de rivierstroom kilometers kan lopen in overweldigende natuurpracht. Allemaal heerlijke plekken met water, waar het paradijselijk verblijven is met de hitte, die er overdag vaak is. We gingen ook eens het hooggebergte in, naar de sneeuw en de koelte, waar je ook midden in de zomer lange wandelingen kunt maken. 

We genoten en beiden vonden we deze omgeving een ideale plek om naar terug te keren vanuit ons drukke leven, toen in Amsterdam. Misschien opende die gedachte onze ogen wat meer op het moment dat we oude huizen te koop zagen staan. In ieder geval, vaak aan het eind van de dag, gingen we nog eens een dorpje in de buurt bekijken, ook om te zien of er eventueel een “casa en venta” zou staan.

Vanaf het meer, waar we dagelijks zwommen, zagen we boven op een berg gelegen, de contouren van een dorpje. We konden vanuit de verte eigenlijk niet met zekerheid vaststellen of het een dorp, al of niet verlaten, een klooster of een “ermita” was. Maar het trok ons en we besloten er op een namiddag naar toe te gaan. De weg er naar toe, steeds maar naar boven, vonden we prachtig. Een stille natuur en het leek of je de wereld achter je liet. Toen we met de auto de plaza opreden, hadden we vrijwel direct een kring van dorpsbewoners om ons heen. Het was een tijdstip dat men bij elkaar kwam op het plein. Opvallend was dat deze mensen zo aardig waren. Wij spraken maar een beetje Spaans, maar genoeg om direct contact te hebben. Na een tijdje vroegen we of hier misschien iets te koop stond. Snel daarna werden we door een mevrouw bij de hand genomen. Ze trok ons mee door de steegjes naar de rand van het dorp. Op een finca met wat amandelbomen stond het huis dat ze ons wilde laten zien. Het stond al lang leeg, dat werd ons snel duidelijk. Het huis was eigendom geweest van een ouder echtpaar uit Barcelona. Beiden waren overleden. De enige erfgenaam leidde een mondain leven aan de Costa Brava en had de moeite niet genomen om het huis enigszins op te ruimen. Zo troffen wij het aan met de jassen nog aan de kapstok en de koffiekopjes op de tafel. De kalender boven de openhaard was nog van 1982.

Het huis vertoonde een charmante eenvoud. Het bleek in de jaren ´30 te zijn gebouwd door de dorpelingen zelf. De meubels waren gemaakt door de plaatselijke timmerman. Het uitzicht vanaf het balkon was adembenemend, maar bramen hadden de spijlen van het balkon bereikt en prikten in onze benen.

Dit was onze eerste kennismaking met Juseu. Toen we weer wegreden, waren we vervuld van wat we hadden gezien. We hadden het hele dorp doorgelopen, met veel mensen gesproken en we hadden een huis dat te koop stond van binnen en van buiten nauwkeurig in ons opgenomen. De nacht daarna in ons hostal, hadden we licht geslapen. 

In het huis dat we in augustus 1995 op een namiddag hadden bekeken, wonen we nu al 8 jaar permanent. De eerste jaren was het onze refugio voor wanneer ons drukke leven dat nodig had. In die volgende jaren in Juseu, kwam er nog veel meer in beweging. De plek in de stilte bleek een plek waar wij in een stroomversnelling kwamen.

In Amsterdam hadden we beiden ons werk. Meesal werkten we op zelfstandige basis, ieder zijn eenmanszaak. Het hebben van een eigen huis in de mooie natuur gaf nieuwe mogelijkheden om de vrije tijd daar door te brengen. We planden meer, concentreerden het werk en we waren vaker in Spanje. De tijd die we in Juseu doorbrachten werd praktisch besteed. We gingen het huis restaureren, meubels en mooie dingen zoeken op markten (prachtige olijfpotten, oude aardewerken schalen en kruiken en vele andere oude gebruiksvoorwerpen). We plantten bomen voor eigen fruit, we gingen een groentetuin aanleggen. We kwamen steeds meer te weten over de mooie gebruiken en gewoontes van de streek. We werden steeds meer medebewoners. 

De eenvoud en toewijding waarmee de mensen van het dorp hier leven, hun ongelooflijke gastvrijheid en vanzelfsprekende zorgzaamheid, maakten grote indruk op ons. Deze bevolking kent nog wetten op het gebied van geven en nemen van de aarde, het samen delen van feest en verdriet, het ritme van zaaien en oogsten. De mensen hier hebben nooit iets gemist. De moestuinen aan de rivier leveren de beste gewassen. Het gebied is rijk aan hoogwaardige produkten zoals amandelen, olijven, vijgen, truffels, wijn (DO de Somontano) en wild. De ternasco (zuiglam van lammeren van de inheemse rassen van Aragon) is in Spanje beroemd (geen wonder als je ziet dat de schapen de hele dag grazen op gronden met rozemarijn, tijm, oregano…).

Na twee jaar zagen we dat onze nieuwe verblijfsplaats in Juseu ons behoorlijk tijd, energie en geld had gekost. Maar deze aanvulling in ons leven gaf ons vooral een een enorm geluk. We dachten soms aan de mogelijkheid om van de vele activiteiten hier wat meer ons werk te maken. We hebben toen van alles overwogen. We zagen overal mogelijkheden in. Als we een antieke kast zagen, konden we hem verkopen in Nederland. Als we lekker wijn dronken, zouden we een wijnexport kunnen beginnen. Maar in ieder geval leek het ons mogelijk om een tweede huis op deze plek te kunnen verhuren. Toen ons eigen huis in 1997 klaar was, en ik op een dag onze oudere buurman Jose naar het ziekenhuis bracht, vroeg ik of hij nog een huis in het dorp te koop wist. Ik vertelde van hem van onze gedachten. Als we hier zolang wilden verblijven zouden we nieuwe manieren moeten zoeken om ook hier wat geld te verdienen. In eerste instantie gaf Jose niet een reactie. We reden zwijgzaam door tot er plotseling een “Si” klonk. “Sí que habia algo”. Lang daarvoor was er eens een huis te koop geweest in Juseu, ook aan de buitenkant van het dorp. Het huis was nooit verkocht en het was erg vervallen, zo vertelde José,  maar misschien wilde de eigenaar het nog verkopen. De volgende dag zijn we gaan kijken, van buiten en van binnen. Het was eigenlijk een ruïne. Het huis had dertig jaar leeg gestaan. Maar het was te koop. Wij vielen voor de plek. Er was een adembenemend uitzicht. Naast het huis was een rots, een soort adelaarsnest, die hoorde bij het huis, zo zei ons de eigenaar. En er was nog een vervallen schuur naast, die er ook bij hoorde… Voor de tweede keer in Juseu stonden wij voor een moeilijke keuze. Maar kort daarna zetten we opnieuw de handtekening bij de notaris.

Er volgde jaren van restaureren. Als we in Juseu waren was er werk. We moesten nog meer organiseren. Dit huis betekende nog veel meer werk dan ons vorige. Tegelijkertijd hadden we het druk in Amsterdam. Dat moest ook. Geplande uitgaven werden natuurlijk steeds weer overschreden. Lastig was het om veel over te laten aan de aannemer en zelf te werken in Nederland. Vaker dan daarvoor gingen we kort heen en weer met het vliegtuig.

Maar in mei 1998 gebeurde er iets heel anders. Daar waar je niet aan dacht, gebeurde plotseling. Wiep werd ziek. Er moest snel een operatie volgen. Er was een wachtlijst van 10 dagen en dan zou na de operatie een lange periode van therapie en herstel nodig zijn. De zorgen over de verbouwingen van ons nieuwe huis in Juseu maakten plaats voor grotere zorgen en diepere beschouwingen. De aannemer, Ramon, werd op de hoogte gesteld. Hij stelde ons gerust. Hij kon verder. Hij wist inmiddels hoe we het wilden.

Voor ons volgde een periode waarin elke dag zijn eigen opgave had. Ver vooruit denken had geen zin en die ruimte gaven je emoties ook niet. Pas in september begonnen we weer in de wereld te kijken. Er was nog een huis in verbouwing. Daar hoefden we ons tot dan niet mee bezig te houden. Maar de interesse voor Juseu begon geleidelijk weer terug te komen. Hoewel de gezondheid onze meeste aandacht vroeg en er nog steeds een lange weg was te gaan, was er juist een lichtpuntje wanneer we dachten aan ons huis onder de Pyreneeën. Wat keken we er naar uit om daar weer naar toe te gaan. Toen het eenmaal kon, besloten we gebruik te maken van wat we hadden. Na een lange tijd gingen we eindelijk weer naar Spanje. Hier was onze voorlopige rustplek. De plek waar we op adem zouden moeten komen. Er was alleen nog behoefte aan stilte, aan de natuur. Weg van de wereld, zolang als nodig was. Een pas op de plaats in ons Juseu.

We deelden ons leven. We stonden heel dicht bij elkaar. We hadden samen een diepe en nieuwe ervaring doorgemaakt. Voor het eerst een ziekte die jezelf treft. Natuurlijk voor Wiep nog heel anders dan voor mij. Bij het terugkomen in Juseu was er bij mij ook een behoefte om nu juist eindelijk wel weer verder te gaan. Er was gelukkig hier nog iets anders dat daar ook om vroeg. Gelukkig waren de verbouwingen op afstand goed gegaan. We zochten weer contact met Ramon, die ons toen alle voorrang gaf. We bleven een lange periode in Juseu. Een periode voor herstel en om een episode tot een einde te brengen. En we besteedden veel tijd aan de verdere restauratie en inrichting van ons prachtige 18e eeuwse huis. Het werd het huis Casa Arriba. Op een top gelegen.

Na verloop van tijd, na enkele maanden, kwam de beweging naar Amsterdam weer op gang. Ik deed weer mijn opdrachten, Wiep had natuurlijk een langere pauze nodig. We probeerden voor het eerste seizoen Casa Arriba te verhuren. Dat ging met een advertentie in de krant en met toegestuurde foldertjes voor belangstellenden. Er kwam gelukkig voldoende interesse en het huis werd goed verhuurd. Wij genoten in Juseu enorm van de nieuwe contacten met de gasten. Vaak kwamen mensen meerdere keren terug. Hiermee ontstond een nieuw ritme in ons leven. In een steeds langer seizoen moesten we in Juseu zijn, als Casa Arriba was verhuurd. Zo hadden we het prettige gegeven, dat ons verblijf in Juseu ons niet alleen maar geld kostte. We hadden inmiddels ook een praktische reden om hier te zijn. Het werk in Nederland concentreerde zich meer in de wintermaanden. Die afwisseling in ons leven deed ons goed. Wiep herstelde langzaam maar zeker. 

Ruim twee jaar later was Wiep zwanger. Een feit waar we onverwacht voor werden geplaatst. Het was voor ons beiden ook een confrontatie. We waren veertig-eenenveertig. We hadden net een geschiedenis achter de rug. Er was vreugde en vooral bij mij ook heel veel angst.

Een groot deel van de zwangerschap besloten we in Juseu door te brengen. In de derde maand van de zwangerschap zijn we richting Spanje vertrokken. We zouden pas weer naar Nederland gaan voor de bevalling, of eerder als dat nodig zou zijn. Wiep ging voor alle consulten naar het dorpsplein in Juseu, waar elke dinsdag de dokter komt en spreekuur in het dorpslokaal (de bar) houdt. Het was een wonder om te zien hoe goed die zwangerschap verliep. Wiep werd volkomen gedragen door het nieuwe leven in haar. Ze werd een lachende volle maan. 

Er kwam nog iets heel moois bij in die tijd. Op een dag belde een man ons op vanuit Barcelona. Het was de eigenaar van het prachtige landhuis dat naast ons huis lag. Een 17e eeuwse masía waarvan je droomt als je in Spanje een oud huis zoekt; helemaal vrij gelegen, honderd meter buiten het dorp, met open armen gericht naar de eigen landerijen. Nooit had deze buurman zijn mooie, maar erg vervallen huis willen verkopen. Er waren meerdere belangstellenden geweest, wisten wij. Maar nu kwam deze huiseigenaar naar ons met de vraag of wij belangstelling voor het huis hadden. Een half jaar later waren wij de nieuwe eigenaar van het huis waar we al lang van droomden maar dat nooit binnen ons bereik leek. 

Dit rolde onze bestemming uit voor het daaropvolgende jaar. In Amsterdam werd op 20 oktober 2001 ons prachtig gezond jongetje geboren; Milan. Wat een gebeurtenis. De belangrijkste, de liefste in ons leven! Alle angsten konden plaatsmaken voor diep geluk. De eerste twee maanden bleven we nog in Nederland maar toen vertrokken we met z´n drieeën richting Spanje. Voor een babytje was Juseu een aangename plek. Slaapjes in de schaduw van de palmboom en veel belangstelling van alle oma´s in het dorp. Maar er lag nog een groot werk op ons te wachten; ons nieuwe oude huis. Het landhuis was enorm en het was in nog slechtere staat dan we al dachten. 

Er was dus veel te doen; ons kleine nieuwe jongetje én een nieuw huis. We hadden er erg veel zin in, onze taken waren duidelijk. In het komende jaar zou al onze aandacht in en rond ons huis liggen. De wereld was kleiner dan ooit, maar het werd een prachtig jaar. Het was ook de tijd dat we besloten om ons hier permanent te vestigen. We wisten dat we het reizen niet meer praktisch zou zijn. We hebben de keuze die we toen hadden lang overwogen. Zou Amsterdam of Juseu de beste plaats voor ons op dat moment zijn? Maar we merkten dat alle plannen voor Juseu ons in die richting duwden.
 

In 2002 was het huis klaar. We noemden ons “nieuwe” huis Casa Milan. Het was een prachtig groot en comfortabel huis geworden, gemeubileerd met veel antiek van plaatselijke markten en rastros. 

Er was veel grond bij, zes hectaren met veel olijbomen en amandelbomen. Maar de finca was eveneens tientallen jaren verwaarloosd. De bomen hebben zich in de laatste jaren weer goed hersteld na grondige snoei. En inmiddels hebben we kunnen vaststellen dat Casa Milan ook goed wordt bezet. We hebben meerdere gasten gehad die al vele malen naar dit vakantiehuis terugkeerden. Casa Milan wordt soms bezet door twee personen, vaak door meer en soms door tien. In ieder geval zien we dat er wordt genoten. De stilte en het prachtige uitzicht op de groene vallei, waar geen gebouw of weg is te zien, zijn bijzonder. Hier zie je ´s nachts nog sterrenhemels in het echte donkerte.

Inmiddels waren we nog eigenaar geworden van de twee gebouwen aan de rand van het dorp, op het terrein naast ons eigen huis. Het waren de al lang leegstaande en gedeeltelijk ingestorte oude dorpsschool en de verpauperde voormalige onderwijzerswoning. Toen we het kochten, lag het dak van de school op de grond. Tussen het puin vond je nog een enkel schriftje en een kapotte schoolbank. Op de muren zag je teksten of namen naast een hartje, die er er al lang geleden op waren gekrast. 

In de vaart van het bouwen en verbouwen zijn we direct doorgegaan met het restaureren van deze gebouwen. De school bestond eigenlijk uit één groot lokaal, waar vroeger de verschilldende klassen bij elkaar zaten. We hebben het zo gelaten. Het heeft een groot lokaal, nu ons atelier, met vier hoge ramen die uitzicht geven op de vallei en de bergen. De zon schijnt er naar binnen. Het is een prachtige lichte hoge ruimte geworden. Van het inmiddels gerestaureerde huis ernaast hebben we de naam niet veranderd, het is Casa del Maestro. Een mooi licht huis waar alles gelijkvloers is. 

Het bouwen ligt inmiddels achter ons. De afgelopen jaren hebben we wat meer rust genomen, wat meer genoten. We realiseren ons nu vaker dat we in de natuur leven, waar we van genieten. We maken dagelijks wandelingen met de hond. We werken zelf vaak in de school. We doen wat we leuk vinden. En hier is de grond van Milan´s jeugd. Er is een fijne tuin om ons heen. Die was er niet. We begonnen met een geploegde akker om ons heen. Nu, na 13 jaar staan er op dezelfde plek bomen die schaduw geven. We eten allerlei fruit uit eigen tuin en we hebben een groentetuin.

Voor de komende jaren wensen we dat we hier meer activiteiten gaan organiseren. Inmiddels hebben we schildercursussen op het programma staan. Het lijkt erop dat er georganiseerde vogelreizen naar Juseu gaan plaatsvinden. Er vindt een week voor bezinning plaats, bedoeld voor mensen die een nieuwe koers in hun leven willen varen. Er komt steeds meer op gang. Er kan inmiddels in combinatie met de workshops voor geweldig lekker eten worden gezorgd. En zelf bieden we aan waar ons hart ligt. We hebben ieder onze eigen passies die we hier al zolang geleden mee naar toe namen. Of misschien beter gezegd, passies die ons hier naar toe trokken. Die passies willen we ook delen. En dan is er verder nog zoveel te bieden waar we niks voor hoeven te doen. Dat is waar we hier zo vaak de uitwerking van zien. Dat is wat er gebeurt als mensen hier wat langer zijn geweest. Dat is er, als iemand weer eens ruimte en stilte ervaart. De heilzaamheid daarvan is groter dan wij konden vermoeden. We zien dat deze plek nog veel meer kan betekenen voor wie het nodig heeft. In deze tijd waarin veel mensen te zwaar belast zijn, doet deze omgeving zélf zoveel. Gebruik die stilte en laat de natuur haar werk doen! 

Juseu, februari 2009 (wordt vervolgd)